Home > Situatietool

Heb je een situatie waarin je niet weet hoe je dit het best aanpakt of waarbij je gewoon enkele tips kan gebruiken?

Kies uit de volgende omschrijvingen de situatie die het best aansluit bij je eigen situatie en klik zo door naar mogelijke oplossingen en tips welke je meteen kan gebruiken.

Houd hierbij in je hoofd dat elk kind met ADHD anders is. Het is dus niet zeker dat elke aangeboden oplossing onmiddellijk werkt bij elk kind. Het blijft proberen en zoeken tot je een oplossing gevonden hebt die op dat moment bij een specifiek kind werkt. De tips en oplossingen die hier aangeboden worden kunnen je enkel een overzicht geven van enkele dingen die de moeite waard zijn om uit te proberen.

Afspraken niet opvolgen

Ze hebben het moeilijk om een afspraak die gemaakt is en voor iedereen telt op te volgen. Bv. afspreken om nog een kwartier verder te spelen om hierna dan samen op te ruimen, na het kwartier spelen blijft opruimen nog steeds zeer moeilijk.

Ze lijken afspraken ook te vergeten, bv. afspreken om op het voetpad te blijven tot we aan de bushalte zijn. Na 5 min. lijken ze het vergeten te zijn en lopen ze naast het voetpad. Ook na een opmerking lijkt het alsof ze dit na 5 min. alweer vergeten zijn.

  1. Geef hen een herinnering aan de gemaakte afspraak.
  2. Maak gebruik van een gele signaalkaart .
  3. Herinner jezelf eraan dat ADHD een beperking is en deze kinderen hier zelf ook niet voor gekozen hebben, ze hebben het nu eenmaal nodig om vaker herinnerd te worden aan regels dan andere kinderen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Agressief zijn tegen animatoren en andere kinderen (zowel fysiek als verbaal)

Bij het krijgen van een opmerking van een animator reageren ze snel agressief en durven al wel eens te slaan of schoppen. Ook bij andere kinderen reageren ze snel door met voorwerpen te slaan, te duwen of te trekken. Ze lijken niet na te denken over de gevolgen of over het feit dat ze hiermee anderen pijn kunnen doen.

Ook verbaal reageren ze sneller agressief dan andere kinderen. Ze maken sneller gebruik van scheldwoorden en roepen of zeggen kwetsende dingen tegen de animatoren maar ook tegen andere kinderen. Ze lijken ook hier niet na te denken over de gevolgen.

  1. Zorg ervoor dat de fysieke afstand tussen het kind met ADHD en de andere kinderen groter wordt. Je kan dit doen door jezelf tussen de twee partijen te plaatsen of door te vragen aan een van de partijen om enkele stappen achteruit te nemen.
  2. Spreek samen een plek af waar ze naartoe kunnen gaan om rustig te worden. Vraag hen hier naartoe te gaan als ze agressief reageren.
  3. Geef hen een opdracht waarmee ze stoom kwijt kunnen alvorens in gesprek te gaan (bv. loop tweemaal rond het speelplein).
  4. Laat hen een stressballetje bewaren in hun broekzak en leer hen dit te gebruiken als ze voelen dat ze kwaad worden.
  5. Maak gebruik van een signaal dat hun vertelt: stop de agressie.
  6. Maak gebruik van een response cost systeem en trek onmiddellijk punten af.
  7. Geef een time-out als er sprake is van echte agressie, ongepast roepen, schelden, andere kinderen of animatoren pijn doen…
  8. Voorzie tijd om hierover te praten als het kind terug rustig is en laat hen zeker hun kant van het verhaal doen.
  9. Zorg ervoor dat conflictsituaties opgelost worden en laat kinderen elkaar vergeven.
  10. Zorg voor jezelf, als je merkt dat je zelf kwaad wordt of je niet meer weet hoe je moet reageren, roep dan de hulp in van een andere animator of je hoofdanimator. Neem eerst even tijd om zelf rustig te worden.
    Realiseer je hierbij dat ADHD een stoornis is en dat deze kinderen hier zelf niet voor gekozen hebben.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Anderen opzettelijk pesten of pijn doen

In situaties waarin deze kinderen verveeld zijn gaan ze snel over tot het pesten van de kinderen rondom hen. Ze denken niet na over het feit dat dit niet leuk is voor andere kinderen en lijken enkel op zoek te zijn naar sensatie.

  1. Zorg voor een duidelijke regel over andere kinderen pesten of pijn doen.
  2. Zorg ervoor dat de fysieke afstand tussen het kind met ADHD en de andere kinderen groter wordt. Je kan dit doen door jezelf tussen de twee partijen te plaatsen of door te vragen aan een van de partijen om enkele stappen achteruit te nemen.
  3. Maak gebruik van een signaal.
  4. MaaK gebruik van een gele signaalkaart.
  5. Geef hen een doe-opdracht om ze af te leiden (bv. ga bij de materiaalmonitor om een bal).
  6. Geef een time-out in ernstige gevallen (bv. als ze een ander kind echt pijn doen).

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Bij het geven van meerdere instructies slagen ze niet meer in een correcte uitvoering

Als de animator vraagt om op de kamer de rugzak te nemen en hierin een drinkbus, regenjas en zonnecrème te steken en terug te verzamelen, dan slagen ze hier vaak niet in. Ze vergeten dan snel wat er in hun rugzak moet of verzamelen niet terug op de juiste verzamelplaats.

  1. Geef niet te veel opdrachten tegelijk maar werk in stappen.
  2. Gebruik korte en duidelijke instructies en laat kinderen deze kort herhalen.
  3. Laat ze starten zodra je de opdracht gegeven hebt.
  4. Herhaal wat ze moeten doen tijdens de opdracht.
  5. Overloop samen het resultaat en herinner ze aan dingen die ze vergeten zijn.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Driftbuien

Ze hebben snel driftbuien zelfs door kleine en in de ogen van iemand anders onbelangrijke elementen.

  1. Ga samen op zoek naar een rustige plek waar ze even tot rust kunnen komen. Vraag hen hier naartoe te gaan als je ziet dat ze een driftbui krijgen.
  2. Zorg dat conflicten uitgeklaard worden zodra het kind terug rustig is.
  3. Maak gebruik van een gele signaalkaart.
  4. Geef een opdracht waardoor hun aandacht afgeleid wordt zoals het uitdelen van de 4-uurtjes.
  5. Als de situatie uit de hand loopt, geef dan een time-out.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Dingen doen of zeggen zonder nadenken

Een ander kind slagen of uitschelden, nog voordat ze hierover nadenken.

  1. Maak gebruik van een signaal om zo het kind te herinneren aan het nadenken voor ze iets doen. Laat het kind bij het zien van het signaal eerst iets anders doen zoals tot 10 tellen.
  2. Herinner het kind welk gevolg het ongewenste gedrag heeft.
  3. Maak gebruik van een time-out in ernstige gevallen zoals bij fysiek geweld.
  4. Zorg ervoor dat ontstane conflicten steeds uitgepraat worden.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Eigen beurt niet kunnen afwachten

Voor de eigen beurt spreken of andere kinderen voorsteken omdat ze hun beurt niet kunnen afwachten.

  1. Herinner het kind met ADHD dat hij/zij moet wachten op zijn beurt.
  2. Geef vaste plaatsen in een rij en zorg voor een doorschuifsysteem zodat iedereen om de beurt eerst komt te staan.
  3. Maak gebruik van een signaal om het kind duidelijk te maken dat ze op hun beurt moeten wachten.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Het laatste woord willen

Bij het geven van een opmerking durven ze tegen te spreken en willen ze zo het laatste woord halen.

  1. Maak gebruik van een signaalkaart.
  2. Als je werkt met een response cost systeem , trek dan punten af. Zeg duidelijk waarom je punten aftrekt.
  3. Reageer consequent.
  4. Verstrik jezelf niet in een machtsstrijd, als je voelt dat dit gebeurt, ga dan niet verder in op de reacties van het kind maar negeer deze.
  5. Maak gebruik van een time-out.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Kwaad worden als een leuke activiteit stopt

Bij afloop van een leuke activiteit hebben ze het moeilijk met stoppen, ze kunnen dan kwaad worden als de activiteit afgelopen is of het tijd is om op te ruimen.

  1. Laat X aantal minuten voor het einde van het spel weten dat het bijna tijd is om op te ruimen zodat ze zich kunnen voorbereiden.
  2. Maak van het opruimen een leuk spel.
  3. Werk je met een response cost systeem dan kan je punten geven voor het flink opruimen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Koppig ‘nee’ zeggen

Als de animator iets vraagt koppig ‘nee’ als antwoord geven, dit antwoord verandert vaak niet ook als de animator aandringt of aangeeft dat hier gevolgen aan vasthangen.

  1. Gebruik een vertrouwensuitspraak om het koppige ‘nee’ zeggen te doorbreken(bv. Ik weet best dat jij kan beslissen wanneer je start met opruimen en ik vertrouw erop dat je dat zal doen). Geef het kind hierna ook de tijd en ruimte om dan de opdracht uit te voeren.
  2. Geef een humoristische opmerking waaruit het kind kan opmaken dat het de kans krijgt te herbeginnen.
  3. Maak gebruik van een gele signaalkaart.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Lijkt niet te leren uit zijn fouten

Iets wat niet mag opnieuw doen na amper 5 min. terwijl ze hier net een negatieve consequentie voor kregen.

  1. Zorg ervoor dat het kind weet welk gevolg zijn gedrag heeft.
  2. Zorg voor duidelijke regels en herhaal deze voldoende.
  3. Als je gebruik maakt van een response cost systeem kan je punten aftrekken elke keer het kind ongewenst gedrag vertoont. Pas dit zeer consequent toe bij steeds herhalend ongewenst gedrag.
  4. Weet dat ADHD een stoornis is waar het kind zelf niet voor gekozen heeft.
  5. Ventileer zelf voldoende en praat over moeilijke situaties met de andere animatoren in je team.
  6. Heb je het gevoel dat je het zelf even moeilijk hebt of gefrustreerd raakt, roep dan de hulp in van een collega-animator of je hoofdanimator.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Motorische overactiviteit tijdens tafelmomenten

Veranderen tijdens het eten vaak van zitpositie op hun stoel (als het hen lukt van te blijven zitten), schuiven met hun bestek, bord of drinken over de gehele tafel, laten dingen vallen, morsen met hun soep…

Zeker als hun eten op is, kunnen ze niet lang aan tafel blijven zitten en gebruiken ze elk mogelijk excuus om op te staan.

  1. Bereid jezelf voor op mogelijke probleemsituaties door op voorhand na te denken over de situaties en eventuele stoorzenders te verwijderen.
  2. Bepaal of het gedrag echt storend is of niet (rondkijken naar andere tafels is bv. geen storend gedrag, het is dan ook niet nodig hierop te reageren).
  3. Laat lege borden, flesjes, bestek… afruimen zodra ze klaar zijn met eten, zo is de verleiding kleiner om hiermee te spelen.
  4. Ga pas aan tafel als het eten er is en laat kinderen niet langer aan tafel zitten dan nodig.
  5. Geef hun een taak waarbij ze moeten rondlopen (helpen met het uitdelen van het drinken, de tafels afkuisen…).
  6. Werk met een response cost systeem en vertel hun hoeveel punten ze kunnen verdienen als ze het hele tafelmoment ook echt aan tafel blijven zitten.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Niet tijdig stoppen met lopen, springen, …

Lopen bij spelen zoals estafette steeds te ver.

Bij een leuke opdracht stoppen ze niet tijdig maar gaan nog even door (bv. bij touwtjespringen) ook na een opmerking van de monitor.

  1. Spreek duidelijk af wanneer het spel stopt en geef een duidelijk stopsignaal.
  2. Verwittig hen op voorhand dat binnen x aantal minuten het spel zal eindigen.
  3. Maak deze tijd visueel indien mogelijk (door te wijzen op een klok, of projecteer een aftelsysteem op de muur).
  4. Voorzie een afsluitmoment bij elk groot spel om scores te overlopen en winnaars bekend te maken.
  5. Bekijk steeds per situatie of het nodig is om een opmerking te geven (te ver lopen bij estafette kan bv. geen kwaad).
  6. Herinner hen aan het afgeven van hun beurt, maak hier een afspraak over als dit niet goed lukt.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Niet tegen zijn/haar verlies kunnen

Als ze het gevoel hebben dat ze verliezen kunnen ze snel kwaad worden of een driftbui hebben.

  1. Geef voldoende aandacht aan winnen en verliezen.
  2. Wijs hen erop sportief te verliezen, als je werkt met een response cost systeem kan je hiervoor punten toekennen, laat hen dit dan ook weten.
  3. Maak gebruik van een gele signaalkaart als ze kwaad of agressief worden.
  4. Zorg voor een opdracht waarbij ze stoom kunnen aflaten (bv. loop tweemaal rond het speelplein) of die ze afleidt (bv. ga aan de materiaalmonitor een kegel vragen voor het volgende spel).
  5. Zorg voor spelen op hun niveau met voldoende afwisseling, als je ziet dat ze frustraties krijgen omdat ze iets echt niet kunnen, help hen dan. Voorzie af en toe ook spelen waarbij ze gebruik kunnen maken van hun talenten.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Nemen alles vast

Hebben het moeilijk om van materiaal te blijven dat niet van hun is of waar ze niet mogen aankomen.

  1. Zorg voor een veilige speelomgeving. Dit houdt in dat je alles wegneemt waar ze zeker niet mogen aankomen. Laat bv. geen scharen, breekmessen en dergelijke liggen op een kast waar de kinderen gemakkelijk bij kunnen en zorg steeds voor toezicht wanneer zulke voorwerpen worden gebruikt.
  2. Maak duidelijke regels over het speelgoed waarmee ze spelen. Zorg dat ze weten waar ze wel en niet mee mogen spelen. Vergeet ook geen duidelijke regels over speelgoed dat niet van hen is maar van andere kinderen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Niet opruimen

Als ze klaar zijn met spelen beginnen ze meestal onmiddellijk met iets anders, aan opruimen denken ze vaak niet.

  1. Laat X aantal minuten voor het einde van het spel weten dat het bijna tijd is om op te ruimen zodat ze zich kunnen voorbereiden.
  2. Ruim samen op en geef hun een specifieke taak bv. jij wast deze penselen uit.
  3. Maak van het opruimen een leuk spel.
  4. Werk je met een response cost systeem dan kan je punten geven voor het flink opruimen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Niet lang stil kunnen zitten

Vooral tijdens het eten en rustige activiteiten hebben ze het moeilijk om een langere tijd stil te zitten.

  1. Bepaal of het gedrag echt storend is of niet (rondkijken naar andere tafels is bv. geen storend gedrag, het is dan ook niet nodig hierop te reageren).
  2. Zorg ervoor dat het kind niet te lang moet stilzitten, laat momenten waarop ze aandachtig moeten luisteren en stil zijn niet langer duren dan nodig.
  3. Zorg voor voldoende afwisseling tussen actie en rust. Bij een rustige activiteit kan je bv. een actieve tussenopdracht geven om overtollige energie kwijt te raken.
  4. Geef hun een taak waarbij ze moeten rondlopen (helpen met het uitdelen van het drinken, de tafels afkuisen…).
  5. Als je ziet dat het kind het echt moeilijk krijgt en er niet meer in slaagt om te blijven zitten, geef dan een stoom aflatende opdracht zoals: ‘Loop driemaal rond de speeltuin’.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Niet nadenken over de gevolgen

Iets doen wat niet mag zonder na te denken welke gevolgen dit voor hen kan inhouden.

  1. Herinner het kind welk gevolg het ongewenste gedrag heeft.
  2. Maak gebruik van een signaal om zo het kind te herinneren aan het nadenken voor ze iets doen. Laat het kind bij het zien van het signaal eerst iets anders doen zoals tot 10 tellen.
  3. Maak gebruik van een time-out in ernstige gevallen zoals bij fysiek geweld.
  4. Zorg ervoor dat ontstane conflicten steeds uitgepraat worden.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Onderbreken van andere kinderen of de animator, zowel verbaal als fysiek

Tijdens de speluitleg van de animator de uitleg onderbreken om reeds vragen te stellen of om zelf dingen aan te vullen nog voor de volledige uitleg gegeven is.

Tijdens een spel andere kinderen fysiek onderbreken als zij met een opdracht bezig zijn omdat ze zelf deze opdracht ook willen uitvoeren.

  1. Maak een duidelijke regel over het onderbreken van de animator.
  2. Wijs het kind met ADHD erop dat ze hun beurt moeten afwachten en herinner hen hieraan. Let erop dat dit ook gebeurt.
  3. Maak bij herhaaldelijk gedrag gebruik van een signaal.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Overmatig roepen en overreageren

Als er iets is waar zij niet mee akkoord gaan, onmiddellijk beginnen roepen tegen de animator of de andere kinderen, vaak zonder dat deze de kans krijgen iets uit te leggen of recht te zetten.

Tijdens een spel onmiddellijk overreageren op kinderen die het spel niet begrijpen of vals spelen, ze eisen ook dat deze kinderen dan onmiddellijk gestraft worden.

  1. Maak gebruik van een gele signaalkaart.
  2. Geef een opdracht waarmee ze stoom kunnen aflaten, zoals loop eerst tweemaal rond het speelplein.
  3. Voorzie tijd om te luisteren naar het verhaal van het kind als het rustig is.
  4. Als er een conflict ontstaat met andere kinderen zorg er dan voor dat dit uitgepraat wordt en laat ze elkaar vergeven.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Opmerkingen van animatoren of andere kinderen negeren

Hangt vaak samen met het koppig ‘nee’ zeggen, bv. als de animator de opmerking geeft te stoppen met praten, deze opmerking negeren en verder praten.

  1. Maak gebruik van de naam van het kind en wacht tot hij/zij je aankijkt.
  2. Zorg ervoor dat je de volledige aandacht hebt bij het geven van instructies, verwijder eventuele stoorzenders.
  3. Maak gebruik van korte en duidelijke zinnen bij het geven van een opmerking.
  4. Maak gebruik van een gele signaalkaart.
  5. Trek de aandacht op een leuke manier (bv. met een muziekinstrument).
  6. Herhaal de opmerking en zorg ervoor dat het kind je gehoord heeft.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Problemen met samenwerken, willen alles zelf doen

Ze doen graag zelf dingen, ze geven dingen niet graag af aan andere kinderen. Bij een spel waarbij kinderen gezamenlijke opdrachten moeten doen hebben ze het soms moeilijk.

  1. Wissel voldoende af tussen activiteiten waarvoor samenwerking vereist is en activiteiten waarbij elk kind voor zichzelf speelt.
  2. Maak duidelijke regels over het afgeven van spullen. Zo kan je een bepaalde speeltijd zetten op een voorwerp, als deze tijd om is moet het kind met ADHD het voorwerp afgeven aan een ander kind. Volg dit consequent op.
  3. Zorg ervoor dat bij activiteiten waarvoor ze moeten samenwerken er dingen bijzitten waarvoor ze hun talenten kunnen gebruiken.
  4. Werk je met een response-cost systeem , dan kan je gebruik maken van een beloning als het kind op een goede manier samenwerkt met de andere kinderen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Steeds eerst willen zijn

Bij een spel willen ze steeds als eerste mogen starten, ze willen als eerste binnen in de refter, als eerste een 4-uurtje krijgen, …

  1. Herinner het kind met ADHD dat hij/zij moet wachten op zijn beurt.
  2. Geef vaste plaatsen in een rij en zorg voor een doorschuifsysteem zodat iedereen om de beurt eerst komt te staan.
  3. Zorg aan tafel voor vaste plaatsen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Starten voor het startsignaal

Ze hebben het moeilijk met wachten op een startsignaal en zijn vaak al vertrokken nog voor het signaal gegeven is. Bij een vals startsignaal zijn zij vaak de enigste die dan ook vertrekken.

  1. Spreek een duidelijk start- en stopsignaal af.
  2. Zorg voor een duidelijk vertrekpunt: trek een zichtbare lijn, laat ze neerzitten op een bank of stoel.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Snel gefrustreerd zijn

Bij opdrachten die niet onmiddellijk slagen raken ze snel gefrustreerd, ze worden dan gemakkelijk kwaad en kunnen zelf agressief uit de hoek komen.

Bv. bij het knopen van een touw of als ze merken dat ze verliezen tijdens een spel. Ze stoppen dan ook sneller met spelen en geven op omdat ze niet willen verliezen.

  1. Motiveer het kind zoveel mogelijk, zeker ook als het eventjes wel goed lukt.
  2. Wees realistisch in je opdrachten en help hen als je ziet dat het hen echt niet lukt.
  3. Geef een opdracht waarbij ze hun frustratie kwijt kunnen (bv. het scheuren van papier).
  4. Geef aandacht aan winnen en verliezen, laat ze voelen dat verliezen niet erg is. Als je werkt met een response cost systeem kan je hen punten geven als ze sportief verliezen. Laat hen dan ook weten dat ze een punt krijgen als ze zich sportief gedragen.
  5. Gebruik een gele signaalkaart als ze kwaad of agressief worden.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Snel spullen vergeten/kwijt zijn

Bij het uitdoen van een trui of wegleggen van een rugzak vergeten ze deze achteraf terug mee te nemen of vergeten ze waar ze deze gelegd hebben.

  1. Voorzie voor alle spullen een vaste plek, schoenen steeds onder het bed, rugzakken onderaan de kapstok, jassen aan de kapstok… Wijk hier zo weinig mogelijk van af.
  2. Verzamel op verplaatsing steeds alle rugzakken op een plaats en zorg dat je weet waar je ze achterlaat. Deel alle rugzakken zelf terug uit als je vertrekt.
  3. Overloop elke dag de verloren voorwerpen en deel ze zo snel mogelijk terug uit.
  4. Overloop samen met het kind elke keer je ergens vertrekt wat hij/zij moet bijhebben en controleer samen of het kind dit ook echt bijheeft.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Snel afgeleid zijn tijdens speluitleg van de animator

Tijdens een speluitleg zijn ze zeer snel afgeleid door hun omgeving. Vooral bij een speluitleg waarbij ze lang moeten luisteren om het spel te begrijpen lijken ze snel verveeld en gaan ze zelf op zoek naar relatief interessantere dingen in de omgeving zoals bv. de sleutelhanger van een kind naast hun.

  1. Zorg dat het kind dicht bij jou zit tijdens de speluitleg.
  2. Trek de aandacht op een leuke manier en zorg voor een interessante voorstelling van je activiteit. Je kan bv. gebruik maken van een toneeltje.
  3. Houd je speluitleg zo kort mogelijk.
  4. Laat het kind de belangrijkste dingen herhalen zodat je zeker bent dat het weet wat het moet doen.
  5. Verwijder grote stoorzenders of zorg ervoor dat je ergens zit met niet te veel afleiding (de regels voor in het zwembad vertel je best in de kleedkamers, in het zwembad zelf is de afleiding vaak te groot).

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Slordig op de slaapkamers

Bij het opruimen van de slaapkamers slagen ze er niet in om alles netjes geordend in de kast te leggen zonder enige hulp van de animator. Ze vergeten snel waar ze hun spullen neerlegden en gooien als ze op zoek zijn naar iets de rest van hun spullen terug door elkaar.

  1. Zorg voor structuur in hun kast, je doet dit door alles te sorteren en ervoor te zorgen dat alles een vaste plaats krijgt. Laat kledij niet in een koffer als je ergens overnacht tenzij er geen andere oplossing is.
  2. Zorg voor vaste opruimmomenten bv. vlak na het ontbijt.
  3. Help hen bij het opruimen en controleer of ze alles netjes op de juiste plaats leggen.
  4. Geef een leuke beloning voor de best opgeruimde kast als motivatie.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Veel praten

  1. Maak duidelijke leefregels over wanneer er gepraat mag worden en wanneer niet.
  2. Maak gebruik van een signaal om het kind duidelijk te maken dat hij/zij praat op een moment dat het niet past
  3. Maak tijdens groepsgesprekken gebruik van een praatstok. Enkel de persoon die deze stok vasthoudt mag praten, de andere kinderen zwijgen en luisteren.
  4. Als het toegestaan is voor het kind om te praten maar hij/zij praat ongewoon veel en je hebt niet steeds tijd om te luisteren, geef dan een babbelvriendje waartegen hij/zij kan praten. Dit kan een klein popje of knuffel zijn.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Wild spelen tijdens spelmomenten

Ze doen gemakkelijk andere kinderen of zichzelf pijn tijdens een spel omdat ze te snel de glijbaan afgaan, te hard slaan tegen een bal, of te hard duwen en trekken aan andere kinderen.

  1. Maak gebruik van signaalkaarten.
  2. Geef een opdracht waarbij het kind stoom kan aflaten zoals: loop tweemaalrond het speelplein.
  3. Kies samen een rustige plek waar het kind naartoe kan gaan als hij/zij zelf stoom wil aflaten en vraag hem/haar hiernaartoe te gaan als je merkt dat het kind te wild wordt.
  4. Wissel actieve spelen voldoende af met spelen waarbij het kind tot rust kan komen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Wraak nemen

Als ze het gevoel hebben onrechtvaardig behandeld te worden nemen ze vaak zelf het initiatief om wraak te nemen. Zo kan het zijn dat ze een ander kind pijn doen omdat dit kind iets deed wat zij niet leuk vonden.

Ook bij animatoren nemen ze soms wraak. Zo kunnen ze een spel opzettelijk tegenwerken omdat ze vinden dat de opmerking die de animator hen gaf niet terecht was.

  1. Los conflictsituaties op en besteed hier voldoende tijd aan. Zorg dat je als animator het hele verhaal kent en zoek samen een gepaste oplossing.
  2. Zorg ervoor dat conflicten uitgepraat worden.
  3. Laat kinderen elkaar vergeven, soms is het zinvol om ze de handen te laten schudden.
  4. Als een kind met ADHD je in vertrouwen neemt en met een probleem naar jou komt, luister hier dan naar en zoek samen naar een oplossing.
  5. Als een situatie uit de hand loopt, maak dan gebruik van signaalkaarten of een time-out.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Wegloopgedrag

Als een kind wegloopt, maken we een onderscheid tussen twee situaties: Een veilige en een onveilige situatie

Een veilige situatie is eens situatie waarin je weet waarheen het kind loopt en het kind niet in gevaar komt. Bv. een kind met ADHD krijgt een woedeaanval aan tafel, en loopt weg naar een ander lokaal.

  1. Geef het kind de mogelijkheid om even tot rust te komen. Dit kan bv. door hem even alleen te laten zijn. Je kan samen een hoekje afspreken waar het kind naartoe kan lopen als het even moeilijk is. Zo geef je het kind de mogelijkheid tot rust te komen op een veilige plaats.
  2. Bespreek met het kind wat er mis liep en hoe je dit samen kan vermijden in de toekomst, doe dit pas als het kind terug rustig is.

Een onveilige situatie is een situatie waarin je ofwel niet weet waarheen het kind loopt en/of het in een gevarensituatie terecht kan komen. Bv. een kind loopt weg en loopt een drukke baan op.

  1. De veiligheid van het kind met ADHD primeert! Zorg er dus voor dat je het kind uit de onveilige situatie haalt. Als het nodig is om het kind hierbij even bij de hand te nemen om hem/haar terug in veiligheid te brengen, doe dit dan. Ook al stribbelt het kind tegen of word hierdoor de woedeaanval erger, breng het kind steeds eerst in veiligheid.
  2. Geef het kind de mogelijkheid om op een veilige manier tot rust te komen.
  3. Bespreek met het kind wat er gebeurt is en zoek samen naar een manier waarop je dit in de toekomst kan vermijden. Leg het kind duidelijk uit waarom het voor hem/haar gevaarlijk is om weg te lopen in een onveilige situatie. Doe dit pas als het kind weer rustig is.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van:

Zijn nog niet moe als het tijd is om te gaan slapen en zijn nog lang wakker

  1. Overloop in team wat mogelijk is en wat niet. Overleg hiervoor zeker met je hoofdmonitor. Het kind kan eventueel nog helpen opruimen met de animator, een strip lezen met een zaklamp, nog een verhaaltje voorlezen op de gang…
  2. Voorzie voor het slapen een momentje waarop ze na een actieve activiteit terug even tot rust kunnen komen. Of na een rustige activiteit een moment waarop ze nog even overtollige energie kwijt kunnen.

Dit gedrag kan verklaard worden door een probleem op vlak van: